Pukkelpop 2005 - Friday 19


Latest feature
of the month

Posted 29-08-2005
by The Ayatollah of Love & GeertA

Previous FOTM

 

Ik zal het maar meteen toegeven. Pukkelpop is altijd al "ons festival" geweest. Pukkelpop had toch altijd al de betere bands en nu het festival z'n 20-ste verjaardag vierde en de Pixies top of the bill waren op vrijdag konden we de verleiding niet weerstaan. Een verstandige beslissing, zou later blijken. (eigenlijk is dat in ons geval een pleonasme, hmm).

Een nostalgische blik op de vorige affiches bracht ons terug naar wat oude hoogtepunten en leerde ons dat 1992 het eerste jaar moet geweest zijn dat we Pukkelpop bezochten.

Pukkelpop en slecht weer. We kunnen ons vergissen (wat onwaarschijnlijk is, zie hoger), maar in onze herinnering zijn de twee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het zag er vrijdagmorgen dan ook weer bijzonder aangenaam uit. De kijkfile op de E313 richting Hasselt was ook niet echt bevorderlijk voor de gemoedsrust, maar gelukkig was alvast de temperatuur ons goed gezind.

Een parkeerplaats was gauw gevonden en na een korte, doch fikse wandeling betraden we het heilige gras van Kiewit. Ei zo na hadden we daarbij ook nog een GSM vertrappeld, maar eerlijke vinder als we zijn hebben we die ingeleverd bij de verloren voorwerpen. Als u uw Nokia dus kwijt was, dan mag u ons alvast eeuwig dankbaar zijn. Astemblieft.

Het programma was op voorhand uitgeplozen en de route uitgestippeld. Hadden het weer, de NMBS en enkele onvoorzichtige automobilsten ons niet dwarsgezeten, dan hadden we Confuse The Cat (het vervolg op Reiziger) nog kunnen meepikken, maar dat zal voor een andere keer zijn.

Na het inslaan van de nodige voorraad drankbonnetjes (met de toepasselijke P van Pintje)(of missen we hier iets?) en een eerste verkenning van het terrein kwamen we voor de main stage terecht, waar The Posies geprogrammeerd stonden. Deze jongens uit Seattle verdienen ons eeuwig respect omwille van het fantastische Frosting on the beater, de plaat uit 1993 die onze mond deed openvallen omwille van de sublieme powerpop en een handvol onvergetelijke songs. Subliem konden we de passage van Jon Auer en Ken Stringfellow in Hasselt niet noemen. Het vuur is er nog wel, de wil ook, maar ergens halverwege de jaren ’90 liet de inspiratie hen in de steek. De hoeveelheid whiskey die de twee hoofdrolspelers van The Posies vrijdag naar binnen joeg, deed de set ook geen goed. Het geheel klonk nogal rommelig en chaotisch en de samenzang van Stringfellow en Auer – die ondertussen is verworden tot een Maradonna-look-alike is – was even onsamenhangend dan de volzinnen van Eddy Merckx. Op de geslaagde one-liner "This is a song from a record that's 12 years old. Which is about the same age as a couple of girls in the front row" was hun "podiumact" ook niet veel soeps. Het neigde allemaal wat te veel naar oude rockers op hun retour, naar Spinal Tap (maar dan niet zo pijnlijk hilarisch). Stringfellow ontblootte zijn niet al te indrukwekkend bovenlijf, vroeg het publiek of hij niet snel Belg kon worden en ging na afloop van het concert het drumstel nog wat inspecteren annex molesteren. Hun sterkste songs van bovengenoemd album – Dream all day, Solar sister en Flavour of the month - kwamen nog het best uit de verf, maar lyrisch werden we niet van deze gig. De fans kunnen The Posies in het najaar nog eens gaan bekijken in Mechelen. Hopelijk bakken ze er dan iets meer van. Dan hebben ze immers geen excuus meer. Volgens de heren hebben ze geen pap gegeten van openluchtconcerten. In zaal klinkt alles naar eigen zeggen anders. Benieuwd of ze gelijk hebben. Zingen ze in één van hun songs immers niet “everybody is a fucking liar”? We waren dus misschien beter naar Death from above 1979 gaan kijken, die hebben er naar het schijnt een heftig zootje van gemaakt dat wél naar echte rock 'n' roll rook.

Op naar de Club, waar The National zijn ding deed. En hoe!! Toegegeven, we kenden dit vijftal uit het Amerikaanse Cincinatti enkel van naam en van een, zo bleek, niet echt representatief mp3'tje. Opnieuw een gat in een muzikale muur geplamuurd. Van hun image moeten deze jongens het niet hebben. Ze zijn op het podium nog minder beweeglijk dan een koalabeer en hun zanger lijdt aan een vorm van autisme en vertoont epileptische neigingen. Maar wat een klank! Loepzuiver vuurden ze salvo’s hemelse rockgeluiden op het publiek af. Ze worden begeleid door een excentrieke stem met het staccato ritme van Loyd Cole en de bariton van Stuart Staples. Visueel moet u het eerder bij een kruising tussen Ian Curtis en David Thewis (uit Mike Leigh's Naked) zoeken. Af en toe klonken ze als een postrock versie van Coldplay en er zijn slechter dingen denkbaar. Zoals Zornik en Nightwish bijvoorbeeld, die het hoofdpodium na The Posies mochten bevolkten.

Ik heb me nooit echt verdiept in het fenomeen Koen Buyse wegens enige (blijkt nu terechte) argwaan voor een groep die op basis van wat middelmatige singles de hemel wordt ingeprezen. Voor mij was het optreden lauwe, inspiratieloze tienerrock. Wat een contrast met de power van Millionaire. Tim Vanhamel en zijn kompanen hadden deze keer een extra portie peper in de kont zitten en zetten een superenthousiaste, ultra-energieke en vlijmscherpe set neer. Steek Evil Superstars, Girls Against Boys en zelfs ZZ Top in de mixer en de brij die eruit komt heet Millionaire. Het goedje ligt soms zwaar op de maag, maar je doet je eraan tegoed tot je buikpijn krijgt. Dit was muziek met ballen en een tomeloze power. Zo vet moet rock 'n' roll klinken. En zo sexy kan rock 'n' roll zijn. De Clubtent ging alvast heerlijk op en neer en we kwamen bezweet weer buiten. Hadden we trouwens al vermeld dat de weergoden ons ondertussen een pak beter gezind waren en dat er zelfs een zon aan de hemel verscheen?

De dag kon toen eigelijk al niet meer stuk. We waren zelfs al zo goedgemutst dat we de organisatoren al vergeven hadden dat ze onze lading Appelsientje hadden ingerekend. Dan nog maar eens aanschuiven voor een pintje en een koffie. Douwe Egberts had voor de gelegenheid de meest bevallige en charmante jobstudentes achter de koffiemachines gezet. Slurp! Niet zeker of dat met de lancering van hazelnootkoffie zal lukken, maar je weet maar nooit. De verrassingen zijn de wereld niet uit. We hadden evenmin gedacht dat cowboyboots bij de meisjes – liefst in combinatie met een bommakleed – opnieuw in de mode zouden geraken. Voor de geïnteresseerden: de boots zijn inwisselbaar met knalgele of –blauwe gummilaarzen.

Ondertussen beklommen de jongens en meisjes van het Britse The Go!Team het podium in de dance hall. Ze bouwden er met hun multi-instrumentale aanpak en mengelmoes van muziekstijlen een feestje. Het publiek liet zich gedwee inpakken en fuifde mee. Cool man!! In elke song scandeerde de frontvrouw de naam van de groep, zodat niemand nog The Go!Team zou vergeten. Goed gevonden. Met hun aanstekelijke mix van rock en dance konden ze alvast op ons goedkeurend oordeel rekenen.

Bij het verlaten van de Club-tent na Millionaire was de duisternis al ingetreden. Tijd om de master of Darkness van stal te halen. Tal van waco gothic-adepten hadden zich al een tijdje voor de Main Stage verschalkt om antichrist Marilyn Manson te begroeten. Chokri had gelijk om 666 te programmeren. De fans gingen uit de bol en wij hebben eens goed kunnen lachen.

Aangezien de kleine Wablief-tent kreunde onder de power van Vandal X en het volk besloten we maar rustig plaats te gaan nemen in de Marquee om daar intussen ook de inwendige mens wat te versterken met wat geplette sandwiches en dito boterkoeken. Ondertussen waren we getuige van de soundcheck van het Canadese Arcade Fire. De excentrieke groep uit Montreal had met Funeral al heel wat harten veroverd en dat zouden er na het optreden alleen maar meer worden. Toegegeven, ik behoor niet tot degenen die over the top zijn over de sound van Arcade Fire, maar hun concert dwong bij alle aanwezigen heel wat respect af. De set zat niet alleen muzikaal volledig snor, Arcade Fire trakteerde ons bovendien op een visueel verbluffend spectakel. Het octet stond er perfect uitgedost – de mannen met das – bij, wisselde constant van instrumenten, stond voltallig uit volle borst mee te zingen – ook al beschikten slechts enkelen over een microfoon – en ging volledig op in zijn vertolking. Twee leden stonden steevast te drummen op zowat alles wat binnen handbereik was. Vooral het begin van de set zorgde voor vuurwerk, met perfecte uitvoeringen van Neighborhood 1 (tunnels), Neighborhood 2 (Laika) en vooral de single Rebellion (lies). Knap. We besloten wel om op tijd de Marquee te ontruimen om zo een goed plaatsje te bemachtigen voor The Pixies.

Maar kom, eigenlijk had je de eerste nummers van The Pixies mogen missen. Ze begonnen namelijk vrij gezapig aan hun optreden. Black Francis zag er maar ietsjes dikker uit als 15 jaar geleden. Kim Deal daarentegen hadden ze precies net vanachter het strijkijzer weggeplukt om te komen bassen. "Rock me Joey" Santiago zag er nog altijd vrij potent uit, terwijl David Lowery gebrild en duidelijk ouder en grijzer achter de drums zat. Het ging er in het begin net iets te "greatest hit"-erig aantoe dat we even vreesden dat het een tegenvaller ging worden. Toegegeven, de verwachtingen waren dan ook torenhoog gespannen. The Pixies zijn, ondanks het feit dat ze nooit op Pukkelpop hadden gespeeld, toch wel dé ultieme Pukkelpopband. Hoeveel groepjes die er wel al speelden zijn niet schatplichtig aan het oeuvre van de kaboutertjes? Op onze muzikale smaak hebben ze in ieder geval een indrukwekkende stempel gezet en we kunnen ons niet inbeelden naar wat we nu hadden geluisterd hadden ze er nooit geweest.

Maar terug naar het optreden... Het was vanaf de reprise van Wave of Mutilation dat de Pixies een paar versnellingen hoger schakelden en alles wat The Pixies legendarich maakte naar voren kwam. De breaks, de hooks, de schreeuw van Charles Michael Kitridge Thompson IV, het schitterende gitaarwerk van Joey Santiago, de geile cool van Kim Deal, de surealistische teksten, het volstrekt unieke geluid dat ze wisten te definiëren, de fun, de hits...! Het passseerde allemaal de revue en het bracht ons in hogere sferen. Op het einde van de set wensten ze elkaar ook uitgebreid slaapwel en leek het erop alsof ze zwaar op Kim Deal moesten inpraten om eerst nog een bis te spelen alvorens verder te gaan strijken. Ik las dat ze hetzelfde toneeltje ook op Lowlands hebben opgevoerd, allemaal part of the show dus.

We lopen hier het risico om als ouwe zakken bestempeld te worden, maar het is toch wel een beetje tekenend dat er qua recente acts toch niets of niemand kon tippen aan dit stelletje oude zakken. Maar kom, het is hun verdienste dat er na al die jaren geen sleet staat op hun sound en dat ze hun cultstatus meer dan verdiend hebben.

En zo'n ouwe zakken zijn we nu ook niet om te denken dat er vandaag de dag geen opwindende muziek meer wordt gemaakt. Nee, anders waren we heus niet gebleven voor misschien wel het debuut van het jaar (opletten, het jaar is nog niet om): Maxïmo Park. Een op en top Britse groep. Heerlijke Northern tongval, een excentrieke zanger (denk aan een kruising van Morrissey en John Cleese op zijn hyperst), een studentikoze toetsenist (die met zijn hakkende handen nog ei zo na in de coulissen belandde), maar bovenal met een dozijn hyperopwindende, stuiterende songs, op snee gebracht door deze heren uit Newcastle. Alweer een voltreffer!

Het was dan ook met een tevreden gevoel dat wij huiswaarts keerden en we ondanks de korte nachtrust de volgende ochtend met de kroost op de arm en grote vraagtekens in de ogen van de echtgenotes stonden te springen terwijl Doolittle nog eens op de draaitafel lag. We voelden ons ineens weer een klad jonger, alleen de pukkels waren we goddank kwijtgespeeld...