Festvalzomer 2006


Latest feature
of the month

Posted 11-09-2006
by The Ayatollah of Love & GeertA

Previous FOTM

 

Deel 1 - Rock Werchter (Zaterdag)

Heet. heter. Heetst. Zo zou je Werchter editite 2006 nog het best kunnen omschrijven. Gelukkig reikten onze herinneringen nog ver genoeg om te weten dat TW niet Pukkelpop is en dat je dus zonnecrème en sappige meloenen moet voorzien in de uitrusting, ipv regenlaarzen en warme soep.

Onder een loden zon betraden we het terrein terwijl Arsenal al flink van jetje aan het geven was. De weinige plekken met schaduw werden duur verkocht, maar een fris pintje onder een stralende hemel mag er ook best wezen. Je kon immers aan de itch on the top right corner of our left middle finger voelen dat augustus flink zou uitregenen en dat je dus elk straaltje zon moest koesteren. Enfin, nu de Frank Deboosere in mij zijn zegje gedaan heeft, over naar de muziek.

Over Arsenal kan ik dus jammer gnoeg niet al te veel kwijt, behalve dat het vanop afstand wel goed klonk. Voor de volgende act, The Arctic Monkeys, waren we wel al goed ingesmeerd en gezeten. Waarmee dus ook alles gezegd is, want de muziek was niet van dien aard om recht te komen. De nummers leken allemaal nogal op elkaar en we kunnen ook moeilijk gewag maken van een ongeëvenaarde podiumprésence of act. Maar de jongens en meisjes leken het wel te smaken... Men moet mij toch nog altijd eens komen uitleggen waarom precies.

Kaiser Chiefs konden deze keer wel beschikken over een volledig mobiele zanger en de Chiefs brachten wat we van hen verwacht hadden: ongecompliceerde partynummertjes, met veel enthousiasme uitgevoerd.

The Raconteurs kende ik alleen maar van het singletje (Steady as she goes) maar ik heb de volledige plaat toch maar gedownload de week erna. Het hobbyclubje van Jack White speelde z'n bluesrock immers met veel bezieling. Misschien ook niet zo moeilijk aangezien je geprogrammeerd staat tussen de wat klinischer klinkende Engelse bandjes die het moeten hebben van de punky/new wavy ritmes. Een beetje doorleefde bluesgitaar kan dan wonderen doen. Viel dus dik mee, moet ik zeggen.

Franz Ferdinand is duidelijk gegroeid als band. Dat kon je aan alles merken. Dus ook aan de kwaliteit van het optreden. Ze waren ook veruit de beste uit de Engelse lichting die zaterdag de revue passeerde. Maar ze komen dan ook uit Schotland, nietwaar? Engeland was er ondertussen immers uitgekegeld door Portugal. Ook vreemd dat het groepje Nederlanders naast ons luidkeels "Portugal" (op de tonen van Olé...) stond te zingen nadat ze de hele namiddag met het St George Cross hadden staan zwaaien. Duidelijk een geval van opportu-gal-nisme, maar dit terzijde. Kapranos zelf kon het ook niet laten om er een opmerking over te maken en droeg Walk Away op aan het Engelse voetbalteam.

Ondertussen had de zon zijn slopingswerk gestaakt en konden we van de slaapverwekkende vertoning van Placebo gebruik maken om terug op krachten te komen voor 's land trots: dEUS. We hadden ze wegens allerlei omstandigheden moeten missen bij hun recente "overdekte" doortochten in België en we keken dus reikhalzend uit naar de vaderlandse afsluiter. Terecht, zo zou later blijken, want Barman & de zijnen speelden de buitenlands concurrentie op een hoopje (kleine nuancering: de concurrentie die wij gezien en gehoord hebben).

De winnende remix van de WWTAWWTAL-wedstrijd op StuBru kondigde de komst van de godenzonen aan en een grommend Theme From Turnpike zette meteen de toon. Het was de eerste keer dat ik dEUS zag met Mauro op de libero positie en hij is duidelijk een aanwinst. In Fell off the floor, man klonk dEUS alsof het door de duivel hemzelve op de hielen werd gezeten en ze balanceerden briljant constant op de rand van de kakafonie. Andere hoogtepunten waren de klassiekers zoals Via en Suds & Soda (als België ooit een nieuw volkslied nodig heeft?), maar ook de rustiger nummers kwamen goed tot hun recht, zoals bv. Nothing really ends.

Moe maar tevreden keerden we huiswaarts. Het was lang geleden dat we Werchter bezocht hadden en waar we toen uren vastzaten op de parking, konden we nu in één ruk het Brabantse hinterland achter ons laten. Het weer zal er ook wel voor iets tussen gezeten hebben, maar Rock Werchter editie 2006 was heerlijk relax.

Ik was vergeten wat het was, een festival met maar 2 podia en optredens op ongeveer hetzelfde tijdstip. Ik ben immers gewoon van in Hasselt van hot naar her te rennen om zoveel mogelijk mee te pikken. Rustig zitten luieren met een frisse pint had ook wel iets (wel een vrij duur terras, maar kom). We hebben trouwens ook nog een aantal tips. De eerste is gericht aan de heer Herman zelve: geef tijdens de pauzes een aantal stand-up comedians een vrij podium. De tijd van soundchecks waarbij roadies het drumstel kwamen martelen en "Check one, two"'s uitspuwden, ligt blijkbaar toch achter ons. In plaats van ons te entertainen met shots van het publiek (wat dankzij het warme weer ook wel een zekere toegevoegde waarde had, moet ik zeggen) kan het vrij podium voor comedians voor een ludieke noot zorgen. Tip 2 is voor de jongens/mannen met ontbloot bovenlijf: beweeg u in duo's over de wei waarbij de ene een geschoren bast heeft en de ander een behaard torso. Geen idee of dit een nieuwe fashiontrend is, of het mannelijke antwoord op het duoplassen bij de vrouwen. Ik heb het alleen geobeserveerd. 't Is maar dat u het weet.


Deel 2 - Pukkelpop (Donderdag)

Ik was nog aan het nagenieten van de vorige Pukkelpopeditie – met de onvergetelijke reünie van The Pixies – en ik stond al weer op het heilige gras van Kiewit. Zoals gebruikelijk koos ik er één dag uit. Het werd deze keer het eerste deel van de muzikale trilogie, vooral omwille van de top of the bill: Radiohead. Wellicht ook daarom kostte een ticket op donderdag een ietsiepietsie meer: 65 in plaats van 62 euro op vrijdag en zaterdag. Verwaarloosbaar, maar tegelijk indicatief.

Deze keer liet ik me niet verschalken bij de ingang. Vorig jaar diende ik mijn kartonnen literdoos van Appelsientje nog in te leveren wegens acuut gevaar op vitamine C-bombardementen bij al te euforische reacties op muzikale gigs. Deze keer ontdekte ik de achterpoortjes in het reglement. Zes briks van 20 cl mogen wel. Van een algemeen verbod op clusterbommen – al dan niet vitaminaal aangedreven – hebben ze in Limburg blijkbaar nog niet gehoord.

Soit, music maestro. Aangezien ik voor de eerste keer alleen een festival aandeed, had ik van op voorhand het programma uitgeplozen en mijn parcours uitgestippeld. Zeer atypisch voor mijn doen en achteraf gezien ook volkomen nutteloos. Al van bij de aanvang werd het programmaschema overhoop gehaald. Regina Spektor had ziek afgemeld en Baby Shambles stuurde voor het tweede jaar op rij zijn kat (een zwarte met witte cocaïnespikkels). Het schuifwerk leverde wel meer ademruimte en de mogelijkheid om meer groepen te gaan bemonsteren.

Voor de stripact van Morningwood kwam ik helaas te laat aan op de weide. Geen nood. VTM bombardeerde dit belangwekkend feit tot wereldnieuws en toonde de beelden achteraf tot vervelens toe. Gelukkig zijn er nog objectieve nieuwszenders die de vinger aan de pols houden en de bevolking informeren over belangrijke gebeurtenissen en evoluties in de samenleving. Leve VTM!

Eerste concert dat ik meepikte, was Morning Runner, één van de vele Britse acts op het festival. De vier heren werden begin dit jaar nog opgehemeld omwille van hun debuutplaat en al meteen tot in de slipstream van megagroepen als Coldplay en Radiohead gekatapulteerd. Zo'n vaart zal het wel niet lopen, al hebben deze jongens wel duidelijk talent. Ze brachten een compromisloze set van eerlijke, swingende emorock; met songs die het midden houden tussen Coldplay (de melodie), Keane (de typische pianosound) en Hard-Fi (het aanstekelijke ritme). Niet meteen onvergetelijk, maar de namiddag kon slechter starten.

Van de Marquee naar de main stage. Daar stond Gomez te wachten, nog Britten die halfweg de jaren '90 Avalons hoop in bange dagen waren. Hun eerder bluesy, funky sound kan niet on-Britser klinken en leent zich ook niet meteen voor een festivalweide. Toch deed het sextet hard zijn best om een feestje te bouwen. De vonk sloeg echter niet over. De eerste songs –waaronder het nochtans uitstekende Get Miles uit hun debuutplaat Bring it on– gingen compleet de geluidsmist in en in een poging om het het publiek naar zijn zin te maken, greep de band vooral terug naar kortere uptempo nummers, terwijl Gomez' kracht net ligt in voorzichtig opgebouwde, lang uitgesponnen songs.

Dan maar naar de The Dead 60's in de Club. Deze Liverpudlians brengen een ietwat eigenaardige mix van postpunk en ska, wat puntige en sterk ritmische songs oplevert. Het publiek huppelde vrolijk mee op de eerste deuntjes, maar al na enkele nummers bleek dat deze jongens gewoon te weinig goeie nummers hebben. En leidt bloedarmoede niet altijd tot oververmoeidheid? In elk geval dropen we naar het einde toe af met slaperige ogen en een immense geeuw.

De Infadels zetten gelukkig de situatie snel recht. Het zootje ongeregeld uit Londen stond in Kiewit – op donderdag alvast - in voor de leukste en veruit meest aanstekelijke gig, ondanks de stroompanne bij opener Love like semtex. De uiterst dansbare nummers met een mengeling van elektro, disco, funk en poprock gingen er bij het publiek in als zoete broodjes. De vijf bandleden slaagden er moeiteloos in hun enthousiasme over te brengen op het publiek. Ik achtte het niet voor mogelijk, maar de toetsenist lukte het om het ADHD-record van zijn collega van Maximo Park – vorig jaar gevestigd in hetzelfde Kiewit – con brio te verbeteren. Halfweg het concert moest zijn instrument het begeven onder de al te energieke speelstijl. Ook zanger en schreeuwlelijkerd Bnann Watts deed zijn duit in het zakje met enkele grappen en grollen en een resem unieke danspasjes en kangoeroebewegingen. Met Steady as she goes, een cover van The Raconteurs, kregen ze de weide voor de eerste keer die dag plat. Met dit optreden maakten de Infadels hun live-reputatie – de heren deden voor het uitbrengen van hun debuut niks anders dan toeren – meer dan waar. Thanx mates!

Een compleet andere sfeer viel dan weer op te snuiven in de Clubtent, waar The Veils hun ding kwamen doen. Deze Nieuw-Zeelandse Britten kwamen er de opvolger van hun in 2004 uitgebrachte debuut The runaway found voorstellen. Sterkte van dit kwartet zijn de nostalgische, epische nummers die nog aan kracht winnen door de hartverscheurende stem van Finn Andrews, die live qua intensiteit soms aan David Eugene Edwards van 16 Horsepower deed denken. Vreemd genoeg konden de nochtans bekend in de oren klinkende nummers van hun debuutplaat niet beklijven, terwijl de nieuwe songs wel uit de verf kwamen. Het publiek liet het in de broeierige tent niet aan zijn hart komen en drukte de rootsrock en america van The Veils aan de borst.

Ondertussen had de crew van Pukkelpop het hoofdpodium al versterkt en konden de jongens en meisjes van The Magic Numbers hun ding doen. Niet meteen mijn ding, maar de – toegegeven – feilloze performance kon op de weide wel op de nodige bijval rekenen. En zittend in het malse gras naar de riedeltjes luisteren al lurkend aan een knusse koffie overhandigd door een oogverblindende Douwe Egberts-deerne was evenmin een slechte ervaring. Dit zijn zo van die zeldzame quality momenten die je moet koesteren.

Door het drukke pendelen tussen de verschillende podia bleef er weinig tijd over om rond te kuieren op de weide en een psycho-sociale studie uit te voeren over de ongetwijfeld talloze belangwekkende randfenomen op een muziekfestival. Enkel een modetrend – die zich overigens vorig jaar ook al manifesteerde – kon niet ontsnappen aan ons alomziend oog. Meer nog dan in 2005 werd het gras betrappeld door felkleurige, gracieuze gummilaarsjes, op enkelhoogte en versierd met allerlei lieflijke motiefjes. Maar was dit nu een modetrend of eerder het resultaat van het aangekondigde regenachtige weer? Ik ben er nog altijd niet uit.

Of ook We Are Scientists tot de modetrends kunnen worden gerekend, is evenmin duidelijk. Wat wel als een paal boven water staat, is dat deze New Yorkers zo hard hun best deden om in de smaak te vallen bij het Stubru- en Humopubliek dat hun punkrock te berekend en te steriel klonk. En het puberale gebral dat als maizena voor de songs moest dienen, was niet van die aard om bij ons aan klantenbinding te doen. Het trio beschikt wel over een trits catchy, puntige punkrockers die bij Afrekeningadepten zeer in de smaak vallen. Nummers als Nobody move, nobody get hurt of Inaction werden door de halve Marquee meegebruld, zodat de pret bij de meesten niet stuk kon. De tientallen strandballen die permanent door de lucht vlogen, gaven perfect het hoerasfeertje weer dat tijdens dit concert heerste. En wie zijn wij om de pret te bederven?

Ondertussen sijpelde het nieuws binnen dat Snow Patrol slechts een zeer beperkte akoestische set zou spelen. De terroristenmanie op Heathrow had ervoor gezorgd dat de helft van deze sympathieke Schotten/Ieren op de Londense luchthaven vastzat en er voor hun bagage en dito instrumentarium ook geen doorkomen aan was. Het leverde Gary Lightbody en één van zijn compagnons de ondankbare taak op om de volgelopen weide met enkel een akoestische gitaar in de hand te entertainen. Toch slaagden beide heren er wonderwel in om de luisterlustigen te plezieren. Zelden meegemaakt dat een mensenmassa zo aandachtig en ademloos naar een podium stond te staren. Was het uit een gevoel van medeleven of uit adoratie? Ook op die vraag moeten we het antwoord schuldig blijven. De uitgebeende, kale versies van hun songs maakten wel duidelijk dat de Snow Patrollers meesters zijn in melodieuze en melancholische pop. Run en Chasing cars drapeerden zich als een knus dekentje over de festivalweide.

Even een nieuw mode-interludium. Belachelijk grote zonnebrillen blijken in te zijn. Toen ik vorig jaar enkele dagen in Athene vertoefde, dacht ik dat het een Grieks fenomeen was dat 30 jaar na de rest van Europa ook de Peloponnesus had bereikt. Niet dus. En sinds het EK voetbal in 2004 zouden we eigenlijk moeten weten dat we de Grieken niet mogen onderschatten. Soit, de paraboolachtige brillen hebben het voordeel dat er verschillende personen kunnen van genieten. Op zomerfestivals toch. Wanneer iemand voor je staat die net iets kleiner is dan jezelf, kun je mee schuilen voor de zon.

In de Marquee hadden we even later geen zonneschermen nodig. De avond was al gevallen en de weledelgestrenge heren van My Morning Jacket stonden klaar om een koele, berekende, maar hyperprofessionele show op te voeren. Afgaande op de uitzinnige reacties die de mix van Neil Young, Steely Dan en The Flaming Lips oogstte, is het kwartet uit Louisville Kentucky big in Belgium. Jim James en co speelden op het eerste gezicht een perfecte set, maar toch had je meteen het gevoel dat er iets ontbrak. Het ijle, dromerige muzieklandschap dat de Amerikanen schilderen is te gepolijst en afgelijnd. Heel wat nummers eindigen steevast in een orgiastische apoteose, maar zelfs daar zit elke noot op een vooraf bestemde plaats en is er vrijwel geen ruimte voor improvisatie. Dit is muziek ontsproten van onder de hersenpan en niet vanuit de onderbuik, iets wat geen doorleefde, maar net statige, ijzige songs oplevert. Koning van de ijsrock is Jim James, die door zijn afstandelijkheid op het podium – de man wauwelde tijdens het concert twee keer exact dezelfde zin en stak zich permanent weg achter een haargordijn – onze analyse alleen maar kracht bijzette. Wie zich graag laaft aan soortgelijke, maar iets warmere muziek gaat beter op zoek naar Band of Horses, een band uit Seattle die met Everything all the time een fantastische debuutplaat in elkaar timmerde.

Toen we aan het hoofdpodium aankwamen was muzikale kameleon Beck al bezig aan zijn greatest hits, met onder meer Loser, Devil's haircut en E-pro . Nadien stokte de hitmachine echter al en was Beck opnieuw zijn eigenzinnige zelf. Hij vulde de helft van de set met nummers uit de nieuwe plaat die binnen enkele maanden in de rekken ligt, songs die overigens in de lijn liggen van Becks laatste worp, Guero. Echt veel sfeer viel niet te bespeuren op de weide, maar dat had niets te maken met de prestaties van Beck zelf, die een keurige en perfect afgewerkte set afleverde. Hij had gewoon het ongeluk net voor Radiohead op de planken te staan. Iedereen leek immers vol ongeduld te wachten op de komst van Thom Yorke en co en ging eerst nog iets eten en drinken vooraleer terug naar de main stage te gaan. Zo ook uw nederige dienaar, die met een culinair verantwoorde schotel vanop een bankje achteraan op de weide zat mee te genieten van Becks performance. Niet enkel de podiumkunsten van Beck zelf konden op instemming rekenen. Ook zijn filmpjes die tegelijkertijd werden afgespeeld konden op heel wat bijval rekenen, vooral de imitatiepoppen van de groep die simultaan de nummers meespeelden. Eerder op de dag werden ook al filmpjes opgenomen van de figuurtjes die op de weide en backstage rondkuierden en allerlei grappige dingen uithaalden. Hilarisch.

Eindelijk Radiohead dan. Het concert waar het overgrote deel van het publiek voor gekomen was. Dat de show pas om middernacht begon, drukte de sfeer een beetje, want iedereen was na een volle dag rondsjokken op de weide duidelijk al wat vermoeid. Maar wat de Oxfordianen – of hoe je inwoners van Oxford ook mag noemen – nadien bijna twee uur lang brachten, maakte het lange wachten meer dan waard. Wat iedereen vreesde – een set vol nieuwe nummers en vooral ontoegankelijk werk uit Amnesiac en Kid A – kwam tot ieders opluchting niet uit. Thom Yorke bracht een perfecte symbiose tussen hits en elektronica, tussen rock en bliep. Zowat de helft van de nummers uit het alom bejubelde OK Computer passeerde de revue, met onder meer Karma police en Paranoid Android. Zelfs de instant klassieker Fake plastic trees werd tot groot genoegen van het publiek te berde gebracht, één van de kippenvelmomenten. Maar ook tussendoor liet de groep zien (met een verbluffende licht- en beeldshow) en vooral horen dat ze momenteel met kop en schouders boven alle andere concurrenten uitsteken. Geen enkele band slaagt erin om zichzelf opnieuw uit te vinden, om steeds de grenzen van zijn muzikale kunnen op te zoeken of om de meest diverse muziekstijlen in een voor de hand klinkende sound te gieten. Het geluid zat perfect, Yorkes stem was goed geolied, de band speelde feilloos en wij stonden erbij en keken ernaar. Na de perfecte en vooral ontzagwekkende afsluiter op Werchter – ons aller dEUS – slaagde Radiohead erin om de lat nog een beetje hoger te leggen. De kans is klein dat een andere groep of artiest daar de komende jaren snel zal over kunnen.

Tot volgend jaar!!