Een feilloze manier om te weten te komen hoe goed ik een cd vind, is nagaan hoe lang ik erover doe om van de metro in Brussel naar mijn werk te stappen. En toegegeven, het slentergehalte ligt bij een luisterbeurt van Everything all the time van Band of Horses wel zeer hoog. Steevast kom ik vijf minuter later dan een half uur te laat aan. Een heel goed teken, al denkt mijn werkgever daar wellicht anders over.
Band of Horses is vooral het duo Benjamin Bridwell en Mat Brooke, die vroeger samen met de masters of pop van Death Cab for Cutie het voormalige Carissa's Weird vormen. Beide heren trokken ook al op met Iron&Wine en Okkervil River.
Al van bij de eerste luisterbeurt ging ondergetekende overstag voor de onweerstaanbaar gracieuze sound van deze Seattle-boys. De vergelijkingen die je overal hoort en leest - My Morning Jacket en The Shins - zijn zeker niet uit de lucht gegrepen, maar laten we er meteen aan toevoegen dat Band of Horses een stuk beter klinkt dan Jim James en co. De tweede vergelijking heeft dan weer te maken met de productie die in handen was van Phil Ek, die ook instaat voor het olé olé-geluid van The Shins. Ook in de muziek van Band of Horses schijnt de zon overvloedig.
Maar, Everything all the time is veel meer dan een happy popplaat. Lees de teksten erop na en je ziet meteen dat ondanks het zonovergoten landschap het hart meer dan eens bloedt. Het besef dat het noodlot in dit tranendal elk moment kan toeslaan, is alom aanwezig. “At every occasion I'll be ready for the funeral”, luidt het in het majesteitelijke Funeral, meteen één van de hoogtepunten op deze plaat. Na een eenvoudige en weemoedige intro gaan de hemelsluizen open. Alsof Pietje de Dood zijn zeis heeft thuis gelaten en de uitverkorene met veel gitaargeweld de hemel binnenloodst. Als sterven zo klinkt en voelt, graag.
Bridwells ijle stem en de weergaloze, epische gitaarflow spelen de hoofdrol op deze plaat. De songs zijn de ene keer psychedelisch en broeierig (Wicked Gil), een andere keer ingetogen en melodramatisch (Part one). Elk nummer munt echter uit door melodieuze kracht en weergalmt door de luidsprekers als een koor in een kerk, waardoor ze bijna een sacrale sfeer uitademen. Vandaar wellicht ook de misschien iets te gepolijste productie.
Naast Funeral staan er nog een trits kippenvelmomenten op dit album, zoals het meeslepende, uitwaaierende Great salt lake, het sterk ritmische Weed party, het breekbaar mooie I go to the barn because I like the, de melancholische countrysong Monsters en de prachtige, weemoedige afsluiter St.Augustine.
Everything all the time brengt americana van de bovenste beste plank en is veruit de beste plaat (voorlopig) van dit jaar. Voor een debuutalbum kan dit alvast tellen. Naar verluidt komt de band in het najaar of begin volgend jaar naar Europa. Benieuwd of ze ons ook live van onze sokken blazen.
