Sinds The Postal Service totaal onverwacht een grote indiehit scoorde in Amerika (2de best verkochte plaat op het Subpoplabel, na Bleach van Nirvana), mocht ook de "moederband" van Ben Gibbard op vernieuwe interesse rekenen. Death Cab For Cutie (genoemd naar een nummer van een obscure band uit de sixties) begon min of meer als soloproject van Ben Gibbard (voorheen werkend onder de naam All Time Favorite Quarterback) en Chris Walla (naast gitarist, ondertussen ook uitgegroeid tot de vaste producer van de band) en evolueerde van lo-fi pop naar meer melancholische songs in ongeveer 6 etappes. Afgelopen 8 jaar bouwden ze gestaag een fanbasis uit. Deze 7de etappe, giteteld Plans, is meteen het debuut op een major. De "nerdrock", zo is men hun sound ondertussen gaan noemen, is mede dankzij het succes van TV-shows zoals The O.C. (hier te volgen op KA2) immers ook voor platenfirma's financieel interessant geworden. Meteen ook de reden waarom de fans de adem inhielden, zou het immers een sell-out worden?
Laat ik u meteen gerust stellen. Plans is geen sell out en volgt rustig de weg die op de vorige platen werd uitgestippeld. Op dat vlak alvast geen teleurstelling. Helaas is het wel niet de beste DCFC-plaat geworden. Ze beginnen er nochtans goed aan met de sfeervolle opener, Marching Bands of Manhattan. Een typische DCFC-song, de ietwat (frag)iele stem van Gibbard die zich aanschurkt tegen steeds verder uitwaaierende rock. Soul meets body is gewoonweg geweldig en het is door dit soort songs dat we fan geworden zijn. Op de één of andere manier heb ik iets met paparapa-koortjes in een popsong, en deze song heeft er één! Om nog maar te zwijgen van de melodie die zo onwrikbaar als het BHV-dossier in je hoofd blijft zitten: "a melody softly soaring through my atmosphere" zoals Gibbard het zelf, geheel terecht, stelt. De songs van Gibbard & C° vragen immers altijd beleefd met 2 woorden of ze bij je binnenmogen. De deur wordt nooit opengeramd, en dat is tegelijk hun sterkte en hun zwakte.
Summer Skin klinkt als een rustige vakantiedag, Zo'n dag waarin je eigenlijk niet veel hebt gedaan, maar waarvan je ook geen spijt hebt dat je gewoon wat hebt genikst. Different names for the same thing laat de stroperige kant horen die ze af en toe wel eens hebben. I will follow you into the dark laat enkel Gibbard en een akoestische gitaar aan het woord. Ik moet aan Simon & Garfunkel denken. Your heart is an empty room en Crooked teeth zijn typische popsongs van de cuties: mooi, zorgvuldig opgebouwd en ook een beetje te braaf. Meteen begrijp je ook het predikaat "nerdrock", maar in tegenstelling tot bv. Weezer heeft DCFC geen playboy bunnies nodig om dit te verhullen (al dient het bij deze laatsten ook om andere zaken te verdoezelen).
Someday you will be loved is een aparte ballad. De tekst en voordracht volgen het klassieke patroon van "nen tragen", maar gelukkig is er muzikaal voor het niet zo voor de hand liggende pad gekozen. What Sarah Said is naast de langste song op de plaat (dikke 6 minuten) ook één van de beste. Dromerige pop op zijn best, terwijl Gibbard wat mistroostig zit te wezen ("love is watching someone die"). Saaie boel, zal je denken, misschien wel, maar deze song is wel stukken beter dan pak-'m-beet Fix You van Coldplay. Brothers on a hotel bed is ideaal voor op de trein op een mistige herfsavond. Afsluiter Stable Song is eerder voor een luie zomeravond en klinkt een beetje te cliché.
Kortom, Plans is een plaat waarvan je volgens mij een paar favorieten op de Ipod zal zetten ipv de hele CD grijs te draaien (ook al kan dat niet bij CD's). Pitchfork vatte het eigenlijk nog het beste samen: "In a way, it's comforting to know what you're getting: Four or five songs you'll treasure, four or five you'll tolerate, and a pretty good band sticking to their guns." We zijn al met minder tevreden geweest.
