Revolutionair zijn ze al een tijdje niet meer, de hoes is schreeuwlelijk en de plaat wordt zo gehypet dat we van nature wantrouwig worden. Voor we ons waagden aan een eerste luisterbeurt van dEUS' nieuwste, Pocket revolution, zag het er dus niet goed uit. Het resultaat valt echter meer dan mee. Barman en co maakten niet hun beste plaat, maar kunnen toch moeiteloos de hooggespannen verwachtingen inlossen.
Superproductief kun je dEUS niet noemen. In goed 11 jaar knutselden ze slechts vier volwaardige platen in elkaar. De release van The ideal crash ligt ondertussen al zes jaar achter ons. Zeggen dat Barman ondertussen heeft stilgezeten zou de waarheid echter geweld aan doen. Hij maakte ondertussen een film – Any way the wind blows – en was actief in een aantal zijprojecten, onder meer met Magnus.
Ook zes jaar geleden had iedereen het over de plaat van de waarheid. Artiestiek zat alles snor, maar de verkoop viel internationaal opnieuw tegen. De groep ruilde Island ondertussen in voor het Britse V2, dat dEUS op de wereldkaart wil zetten en daarvoor ook de nodige middelen inzet. Pocket revolution komt na nieuwjaar ook uit in de VS, Japan en Australië. De promotie van het album gaat gepaard met een tournee die tot volgende zomer loopt. dEUS moet het dus maken. Je zou van minder faalangst krijgen.
Goed, de muziek nu. Midden de opnames van Pocket revolution poetsten Craig Ward en Danny Mommens de plaat. Zij zijn op een groot deel van het album echter nog altijd te horen. Ondertussen kwamen Mauro Pawlovski (ex-Evil Superstars, nu gewoon zichzelf), Alan Gevaert (Arno), Stéphane Misseghers (Soulwax) en af en toe CJ Bolland (Magnus) de rangen versterken. Ondanks de stoelendans bleef de typische, complexe en veelgelaagde sound van dEUS echter overeind. Dat de plaat toegankelijker zou zijn dan de vorige om een groter publiek te kunnen aanboren, is dan ook flauwekul. Integendeel, de nummers surfen meer dan gewoonlijk op golven van gitaargeweld en klinken rauwer. Met uitzondering van het dromerige, maar sfeervolle Include me out en het ingetogen The real sugar bouwde dEUS weinig rustpunten in. Mauro drukt in enkele songs ook duidelijk zijn stempel op de muziek. In Stop-start nature weerklinken de tegendraadse ritmes en gitaarriffs met weerhaken die zo typisch zijn voor The Evil Superstars. En ook in het opzwepende, hypernerveuze Cold Sun of Circumstance hoor je duidelijk zijn invloed.
Voor het overige is dit dEUS ten voeten uit. Wie de eerste single If you don't get what you want van op de radio kent, weet min of meer hoe de plaat klinkt. Het potige, lang uitgesponnen Bad timing trapt de plaat af net zoals Put the freaks up front dat doet op The ideal crash . De nieuwe single 7 days, 7 weeks heeft dan weer wat weg van Sister Dew . What we talk about (when we talk about love) lijkt met zijn leuke groove, verfijnde melodie en JJ Cale-achtige zang weggelopen uit de Magnus-collectie. In het soulvolle titelnummer komt Zita Swoon – dat koortje!! - om de hoek piepen. En vooraleer Pocket Revolution afsluit met een remix van één van dEUS bekendste nummers – het op een reguliere plaat nooit officieel uitgebrachte Nothing really ends – ontbindt Antwerps finest nog eens zijn duivels in het lekker chaotische, maar o zo verslavende Sun Ra.
Vernieuwend klinkt dEUS niet meer – die rol heeft de groep in het verleden met verve vertolkt – maar wat dit kwartet ook na meer dan 10 jaar nog brengt, behoort nog steeds tot het beste wat België op muzikaal vlak te bieden heeft. De ideale zonen dus om de Blijde Boodschap – de Belgische muziekscène bloeit als nooit tevoren – tot ver over de landsgrenzen te gaan verkondigen. Moge het lot hen deze keer beter gezind zijn. Amen.
