Mark Eitzel is een bezige bij. Na de plaat met American Music Club van vorig jaar (en een actuele tournee doorheen Amerika met Spoon + nieuwe CD in voorbereiding) heeft hij nu ook een nieuwe soloplaat losgelaten op de mensheid. Al komt hij kwantitatief nog lang niet in de buurt van legendarische veelkakkers zoals Robert Pollard, de kwaliteit is wel zoals bij de anderen: wisselvallig.
Op Candy Ass neemt Eitzel de Pro-Tools draad weer op die hij bij The Invisible Man uit 2001 had laten liggen. Cotton Candy Tenth Power is één van de volledig instrumentale nummers waar amper of geen gitaar komt bij kijken. De rest van de tracks leunt ook zwaar op elektronische beats en synthetische klanktapijten. Noem me een sentimentele zak, maar de beste nummers op deze plaat zijn toch wel de nummers waar Eitzel lamenteert over een akoustische gitaar. Neem bv. Sleeping Beauty, een nummer dat doet terugdenken aan de nummers op California of United Kingdom, maar dan wel anno nu qua sound en productie.
Nummers zoals A loving tribute to my city laten een kant van Eitzel horen die we nog niet kenden. Nog zo'n louter instrumentaal nummer (op de sample na) maar dit soort muziek wordt veel beter gemaakt door mensen zoals DNTEL, The Books, LaliPuna of onze eigenste Styrofoam of The Go Find. Het klinkt iets te veel als huis-, tuin- en keukenspielerei met computers, weet u wel? Te amateuristisch. Te weinig technische kennis van zaken om te wedijveren met de whizkids. Het is zoals met de Chinese Landwind, het ziet eruit als een wagen en het rijdt ook, maar bij nader testen valt het door de mand.
Nee, dan had Eitzel zich beter gefocust op zijn sterke kanten: de stem, de gitaar en de teksten. Op dit laatste vlak is er overigens wel nog wat te genieten: “Sometimes hunger is a law that cancels every other law.Her eyes were green, much greener than all the cash she stole.” De plaat is me dunkt immers een persoonlijke reflectie over de stad en het leven in de stad. De sfeer die hij daarbij tracht te creëren is er één van een eenzame man die een beetje doelloos ronddoolt en vanop het trottoir observeert wat er rond hem en met hem en in hem gebeurt. De soundscapes die hij daarbij heeft neergeschreven krijgen daarbij jammer genoeg vaak niet meer dan het predikaat "goed geprobeerd" mee. Misschien is het geen slecht idee dat Eitzel de volgende keer een soundwizard mee onder de arm neemt, want deze songs klinken teveel als de demo's die hij dan zou laten horen om te zeggen "zoiets als dit wil ik". Nu hoor je enkel maar het potentieel, en de die hard fans als ik willen dan nog wel eens de moeite doen om dit te appreciëren, maar of er met deze plaat meer zieltjes bekeerd gaan worden is een andere zaak.
