Jimmy eat world maakte in 2001 furore met het erg poppy album Bleed American. Jimmy kreeg meteen het ondertussen wat afgezaagde emo-tag opgespeld, maar op Bleed American hoorden wij toch voornamelijk zeer goed in het oor liggende gitaardeuntjes met bevlogen zangpartijen. Opvolger Futures heeft nu de zware taak om de hoog gespannen verwachtingen in te lossen en brengt die missie zowaar nog tot een goed einde ook, tenzij je van een supergroep verwacht dat ze bij elk nieuw album het roer moeten omgooien.
Futures is immers meer van hetzelfde en bevat nu ook weer 11 plakken lillende gitaarpop. Discussies of de nieuwe nummers het niveau halen van de vorige zijn wat voorbarig, want de melodieën moeten zich eerst in je oor nestelen voor je ze helemaal overtuigd hebben.
Je kent het wel, sommige nummers vind je meteen geweldig, andere nummers hebben hun tijd nodig en soms gebeurt het zelfs dat je een nummer aanvankelijk banaal vindt. Meestal zal je ze in eerstgenoemd geval snel beu zijn, in het tweede geval na de 5de luisterbeurt opgelucht ademhalen omdat je blijkbaar toch een aanwinst in huis hebt gehaald en in het derde geval niet begrijpen hoe je dat nummer ooit slecht hebt kunnen vinden.
Wel, de meeste nummers van Jimmy eat World sorteren onder dat tweede geval. Met de andere nummers heb ik dan echter een probleem: ik vond die nummers namelijk van bij de eerste beluistering tamelijk fantastisch en volgens mijn eigen theorietje zal ik die dus snel ook weer beu zijn. Het gaat om Polaris, 23 en Night Drive. Nu kan ik me van die nummers echt niet voorstellen dat ik die ooit beu zal worden, dus blijkbaar moet ik er nog een 4de categorietje aan toevoegen: nummers die meteen goed zijn en goed blijven!! Groepen die zulke nummers uit hun gitaar tokkelen, zijn steengoed en Jimmy kan dat, dus Jimmy is goed.
Met dit stukje fijne logica stuur ik u naar de CD-winkel om “Futures” uit de bakken te gaan tillen.
