Hopes and Fears. De titel van Keanes debuutalbum kon niet beter verwoorden welk gevoel ik had toen ik het schijfje voor de eerste keer in mijn cd-speler stak. Ik koesterde de hoop dat de hype rond Tom Chaplin en co deze keer niet overroepen was en echt stoelde op feitelijke gegevens. Tegelijkertijd vreesde ik dat het hoeragedoe rond dit trio uit East-Sussex ingegeven was door PR-overwegingen en de mediahonger naar nieuwe muzikale goden. En zoals altijd ligt de waarheid ergens in het midden.
De catchy single Somewhere only we know – meteen de opener van de plaat – doet het beste vermoeden, maar wat volgt is een zee van middelmatigheid. Eén voor één krijg je leuke liedjes te horen met refreintjes die goed bekken en met het nodige vakmanschap in elkaar werden geknutseld. Maar wanneer je aan nummer 8 bent aanbelandt, weet je allang niet meer hoe de andere nummers klinken. Dit is te egaal, te gepolijst, te braaf, te veel easy listening. Hopes and fears doet bij een eerste luisterbeurt inderdaad je mond openvallen, echter niet van verwondering, maar omdat je moet gapen.
Wat Keane zo uniek moet maken – een plaat maken zonder het obligate gitaargeluid – zorgt ervoor dat de sound al gauw gaat vervelen. De piano-, orgel- en synthesizergeluiden beginnen na een tijdje ferm op je heupen te werken. Tom Chaplin, Tim Rice-Oxly en Richard Hughes weten verdomd goed waar ze de mosterd moeten gaan halen. In elke song hoor je wel echo’s van Travis, Coldplay of Novastar (of Joost Zweegers echt invloed heeft over Het Kanaal weet ik niet), maar ook hier wordt bewezen dat het origineel beter is dan de kopie. De warme stem van Chaplin – een postume kruising tussen Zweegers en Freddy Mercury !! – compenseert veel, maar dat wordt dan weer teniet gedaan door de niet echt geloofwaardige teksten die hij debiteert. In elk nummer doet hij een blik miserie open. Vervreemding, Eenzaamheid en Afscheid spelen een hoofdrol in Keanes leefwereld. Waar Morrisseys ellende je feel good-factor de hoogte in jaagt, heb je bij Keane echter de neiging om echt van het balkon te springen (voor zover je niet op het gelijkvloers woont natuurlijk).
De laatste twee nummers stemmen je wat milder. Untitled 1 is veruit de beste song, waar Radiohead en Mercury Rev om de hoek komen piepen. Bedshaped creëert dan weer een episch geluid en is een waardige afsluiter.
Al bij al dus een matige plaat. De dromerige poprock van Keane verdient zeker geen hype of tonnen lovende kritiek. Voor een debuut kunnen we dit echter evenmin een flop noemen. Geen reden om te panikeren dus als je deze plaat in huis hebt gehaald. Denk in dat geval aan de gevleugelde woorden die bezorgde ouders soms gebruiken: doe’t geen goed, ‘t doet ook geen kwaad.
