Eindelijk nog eens een plaat die we zonder wroeging kunnen kraken. We vreesden na al de lovende recensies van de voorbije weken al dat we onze kritische geest verloren waren, maar Mercury Rev stelt ons gerust. Het is één van de weinig positieve aspecten aan The secret migration.
Luisteren en blijven herbeluisteren. Dat is meestal het ritueel dat zich afspeelt wanneer we een nieuwe plaat in ons bezit hebben die ons niet meteen bevalt. Gezien onze goede inborst en voluntaristische ingesteldheid blijven we steeds zoeken naar dat ene positieve element. Het werd deze keer bijna een ware calvarietocht.
Toegegeven. We zijn nooit echt grote fan geweest van het sextet uit Buffalo (New York). Maar de vorige twee telgen van voorman Jonathan Donahue en co – All is dream (2001) en Deserter's songs (1998) – waren best te pruimen. Van The secret migration kan dat helaas niet gezegd worden. De plaat verrast helemaal niet. Ze is wel verrassend vervelend.
Ook voor hun nieuwste plaat zweert Mercury Rev bij zweverige, dromerige, bijwijlen symfonische rock. Rock met de nodige pump and circumstance. Rococorock zou misschien nog een betere benaming zijn. We hebben het nooit echt gehad voor overdreven tierlantijntjes, maar dat is op The secret migration lang niet het grootste probleem. Dat er slechts enkele goede songs op staan, is dat wel.
Secret for a song is een sfeervolle opener. Vermillion is een sterk en ritmisch opgebouwd nummer dat door een extra portie gitaren ver boven de andere songs uitsteekt. Arise kan dan weer op onze goedkeuring rekenen door een vleugje psychedelica en een goed acterend drumstel. En wanneer de plaat op zijn laatste benen loopt, de bombaststorm wat gaat liggen en de eenvoud de bovenhand neemt, hoor je Donahue zelfs vertederend mooie nummers vertolken, zoals in First-time mother's joy (flying).
Maar daar houdt het mooie verhaal echt op. De resterende songs verdrinken in een poel van bombarie, pathetiek en metafysisch gewouwel. In het new-age-achtige en al te dromerig sfeertje begint de mietjesstem van Donahue ook al snel op de zenuwen te werken. En tot overmaat van ramp duikt in Moving on zowaar een smurfenkoor op. Dat mijn bijna tweejarig zoontje het smurfeninterludium best weet te appreciëren zegt meer over Mercury Rev dan over de smaak des huizes.
En wanneer je je verdiept in Donahues teksten is het moeilijk om je lachspieren in bedwang te houden. Mercury Rev gebruikt niet alleen tot vervelens toe banale metaforen, maar grossiert ook in teksten die zo uit de catalogus van de Bond Zonder Naam zouden kunnen worden geplukt: “Lover lift me up, high enough/to see the star of gold in the heart/of the climbing rose” luidt het in The climbing rose. In My love duikt Maria Magdalena zelfs op: “They say that Mary Magdelena had it real bad/she took her baby and headed off to France/new situations don't present themselves at first/if I was her I don't know where or to who I'd have turned”. Na de heisa rond de Da Vinci Code van Dan Brown is het Vaticaan nu moreel verplicht om ook het werk van Mercury Rev in de kerkban te slaan. Een magistrale marketingzet van Donahue, maar of het in zijn geval de verkoopcijfers zal stimuleren is echter zeer de vraag …
