Nog geen halve dag geleden mijn recensie van de Finn Brothers afgewerkt en het toeval wil dat ik nu naar The New Year aan het luisteren ben, een bescheiden Amerikaans slowcore-groepje dat voordien aan de weg timmerde onder de naam Bedhead en waarvan de broers Kadane de spilfiguren zijn. Qua songschrijven moeten de Kadanes het ongetwijfeld afleggen tegen de Finns, maar ze weten hun publiek dan weer te prikkelen met tegendraadse (met mijn excuses voor de gezochte woordspeling) rocksongs. De ondertoon is steeds dreigend en enkele keren rijten gitaren de songs ook daadwerkelijk open, maar al even vaak blijft het onrustwekkend kalm. Op dit album is dat evenwicht tussen stilte en storm goed uitgebalanceerd en precies daar ligt ook de kracht ervan.
Openingsnummer The end is not near (let op de contradictie met de albumtitel) kabbelt aangenaam op golfjes synthesizer, Sinking Ship loochent zijn titel en dobbert nog steeds lustig verder, maar op het derde nummer zet The New Year zijn stekels op. Chinese handcuffs is een spannend nummer, misschien wel het beste van deze CD. Kadane, welke laat me eerlijk gezegd koud, zingt wat ingehouden, alsof niet iedereen mag horen wat hij vertelt, wat het nummer extra spankracht geeft. Ook Plan B heeft meer vaart en Kadane’s teksten zijn hier zelfs verstaanbaar: “This isn’t breaking my back, but my spirit”, luidt de openingzin. Om maar even te bewijzen dat ik u niets wijsmaak.
Op Disease wordt wat gas teruggenomen en ook Age of conceit begint rustig, maar groeit naar een erg poppy climax. Ook Start is gewoon een goede, strakke rocksong die nog weinig met slowcore te maken heeft. En dan hebben we het nog niet gehad over het koninginnennummer op deze plaat. 18 is episch nummer dat afklokt op pakweg 8 minuten. Het nummer mondt uit in een wervelende gitaarsolo zoals je er geregeld ook wel eens te horen kreeg op de platen van Bedhead.
Een wereld-CD is dit niet, maar de Kadanes weten voldoende emotie in hun songs te leggen om meer dan een half uur te boeien. Mooi schijfje!
