Het is alweer een half decennium geleden dat Nine Inch Nails, zeg maar duivel-doet-al Trent Reznor, een volwaardig album op de mensheid losliet. Sinds de release van The Fragile in 1999 en de daaropvolgende tournee blonk de Prins der Duisternis vooral uit in afwezigheid. Op zich niets bijzonders - Reznor was nooit een veelschrijver die jaarlijks een nieuw album afleverde - ware het niet dat de man intussen afkickte van een ferm uit de kluiten gewassen alcoholverslaving.
Dat betekent echter niet dat Nine Inch Nails geen scherpe kantjes meer vertoont. De snoeiharde gitaren uit You Know What You Are doen terugdenken aan debuutalbum Pretty Hate Machine en klauwen verder op het album een eind in het rond. Daarnaast blijft NIN garant staan voor een ondoordringbare wall of sound, waarbij de meester zich van de copycats onderscheidt door de subtiele klanken die plots opduiken en even snel weer verdwijnen tussen al het geweld.
Daarnaast slaagt Reznor er nog steeds moeiteloos in een luguber horrorlandschap te schilderen. Want hoewel hij nu clean door het leven stapt, is het allesbehalve rozengeur en maneschijn is 's mans leven. De teksten staan nog steeds bol van verbittering en zelfverachting. De spiegel is duidelijk niet zijn beste vriend.
Is With Teeth een even sterke grand cru geworden als The Downward Spiral en vooral The Fragile ? Een onderscheiding zit er ongetwijfeld in, maar felicitaties van de jury zijn er ditmaal niet bij. Aan de productie valt alweer niets af te dingen -niets is toeval op With Teeth - maar de plaat sneuvelt net voor de meet. Enkele songs vallen niet in de juiste plooi. Vooral The Collector en de titeltrack gaan niet echt een richting uit. En hoewel erg dansbaar en catchy, valt de single The Hand that Feeds een beetje te braaf uit om stand te houden in doemland.
Wel meer dan te pruimen zijn opener All the love in the World , het onheilspellende Love is not Enough en Sunspots , een nummer waarvan de baslijn in de intro doet denken aan The Pixies.
NIN klinkt echter op zijn best wanneer Reznor schijnbaar tot rust komt, de grillige structuren laat voor wat ze zijn en de songs gewoon tot hun recht laat komen. Dat bewijzen Every Day is exactly the same (en geloof ons, de boodschap is niet dat de routine comfortabel aanvoelt), maar vooral het naadloos in elkaar overvloeiende drieluik The Line begins to blur, Beside You in Time en Right where it belongs . Dat laatste nummer doet zelfs terugdenken aan het prachtige (door Johnny Cash gecoverde) Hurt uit The Downward Spiral , maar laat ruimte voor een sprankeltje hoop en klinkt op een onbewaakt moment zelfs ontroerend.
