Na het verbluffende Tempo was het uitkijken naar nieuw werk van Salvatore. Ook met Luxus bezorgen deze Noorse geluidsknutselaars ons een avontuurlijke trip doorheen hun muzikaal universum, al is het deze keer geen onvergetelijke reis geworden.
Salvatore klinkt allesbehalve Noors, maar is het wel degelijk. Hun muziek straalt wel de warmte uit die ook in de naam zit. Het is een mengeling van postrock, ambient en elektronica. Of om de vergelijking concreter te maken: het is een kruising tussen het instrumentale Sigur Rós, de talloze Constellation-groepen en het zachtere werk van The Chemical Brothers.
De groep – die steeds in een wisselende bezetting speelt – is met Luxus al aan zijn vijfde plaat toe en doet ook nu weer een beroep op John McEntire van Tortoise. Salvatore wordt dan ook door de incrowd bejubeld, vooral na het weergaloze Tempo uit 2002, een verzameling songs met geluidslandschappen even mooi als de duizenden Noorse fjorden. Ik geef toe, het is een cliché. Telkens weer wordt bij dergelijke muziek verwezen naar de natuurbeelden die de klanken oproepen. Maar zoals bekend bevatten cliché's ook veel waarheid. Deze keer is het niet anders.
Ook bij Luxus – een plaat die eind vorig jaar uitkwam, maar in onze contreien moeilijk op de kop te tikken valt - duiken onvermijdelijk klankassociaties op. En ook deze keer leiden die tot een zweverig, sensueel en beklijvend klankspel. Meestal toch, want de nummers leveren in tegenstelling tot op Tempo lang niet altijd beelden op van sprankelende, bruisende bergriviertjes of weidse berglandschappen. In Gekko reis je doorheen eindeloze en monotone toendra's en mag je je al tevreden tonen wanneer de vegetatie na honderden kilometers van kleurtint verandert. Fluxus hangt dan weer een beeld op van verlaten, kille industriële sites. De vijf andere songs zijn echter parels voor de zwijnen. Het ingehouden, maar toch opzwepende Hefe zet de toon; Brugata is een mysterieuze, spannende ontdekkingstocht; Orval zit vol stijlvolle grooves en werkt bezwerend. Echt opzwepend wordt het pas in het afsluitende titelnummer Luxus , waarbij je door de lokroep van een oriëntaalse deerne na 10 minuten hopeloos in trance raakt. Weg met de Lorelei van Mercury Rev (zie recensie). Leve Salvatore!
