Eindelijk nog eens een plaat die overal bejubeld wordt en die ik ga kunnen afkraken, dacht ik bij Takk van Sigur Ros. Maar waarop baseerde ik me eigenlijk toen ik dit voorbarige vonnis velde? Op wat vluchtige luisterbeurtjes op de radio. Gezeten in een comfortable sofa met de hoodtelefoon op viel dat echter dik tegen. Takk is immers een uitstekende plaat die wellicht hoog zal eindigen in menig eindejaarslijstje. En terecht.
Ik heb altijd al een fascinatie gehad voor "Het Hoge Noorden", van kindsbeen af. Ik vind in de betere muziek die uit die contreien komt (Múm, Björk, 22 Pistepirkko,...) altijd een zeker gevoel van kinderlijke vrijheid terug. Of misschien is het gewoon de muziek die bij mezelf dat gevoel terug losweekt, whatever. Naast dat onbevangene is er ook een mysterieuze schoonheid, af en toe aantrekkelijk op het gevaarlijke af, wat dan weer opwindend kan zijn. Al deze elementen vind ik ook terug op de nieuwste worp van het Ijslandse kwartet. Of hoe een mens zich kan verwarmen aan een klomp ijs.
De die hards zullen zich wellicht druk maken over het feit dat er meer structuur zit in de songs, dat de nummers titels hebben, of dat er gezongen wordt in een taal die bestaat. Maar ik weet niet hoe het met uw kennis van het Ijslands gesteld is, mij klinkt het al even vreemd en fascinerend in de oren als hun zelfgemaakte idioom. Muzikaal gezien hoor ik hier en daar al het woord "pop" vallen, en het dient gezegd, het album is luchtiger van toon dan zijn voorgangers. Maar het is niet omdat de muziek even licht is als je adem die je ziet condenseren in de kou dat je ballen er niet kunnen afvriezen. Vergis u immers niet, aan emotionele zeggingskracht hebben ze niks ingeboet. Ik zal zelfs nog een stapje verder gaan door te stellen dat dit voor mij hun beste plaat tot nog toe is. Het is immers "gemakkelijk" om dramatisch te zijn wanneer je je hult in donkere nevelen, maar de pracht van geluk proberen kristalliseren is een ander pakkie-an. Ook al zijn ze ver verwijderd van hun eigen slogan "we gaan de manier waaop mensen over muziek denken veranderen!" (get real, guys, it's all been done before), Takk is en blijft een wonderbaarlijk album.
Glósoli groeit langzaam naar een climax terwijl het falset van Jón þor Jónsi Birgisson als een mantra iets ongrijpbaar blijft herhalen. Hoppipolla is wellicht het dichtst dat ze ooit bij pop zijn geraakt. Sé Lest doet me zoals meer songs op Takk denken aan bv. Cradle van Four Tet. De klingelklangel van een muzikale kindermobiel die je doet wegglijden in een zalige dagdroom waarin de heren allerlei luchtkastelen voor je opbouwen en terug afbreken. Het is niet voor niks dat Lego ook uit Het Hoge Noorden komt. Saeglopur krijgt subtiele electronische clicks & glitches mee vooraleer los te barsten, zonder daarbij te vervallen in overtollige bombast.
Is de plaat dan echt de perfecte scores waard die ze her en der krijgt. Nou nee, daarvoor is ze toch echt niet vernieuwend genoeg en is er te weinig variatie in tempo en stijlen. Maar mij zult u alvast niet horen klagen. Als u iets zoekt om u te onttrekken aan de wereldlijke beslommeringen en om u te laven aan de weidsheid, onschuld en warme gloed van uw kinderjaren, dan bent u met deze plaat wel een dik uur zoet. En wat kunnen we dan nog meer zeggen behalve Takk?
