Één van de platen waar ik dit jaar het meest naar uitkeek was Gimme Fiction van Spoon. Toen ik hun debuut, Telephono, voor het eerst hoorde in 1996 kreeg ik hetzelfde gevoel van opwinding als bij Doolittle van The Pixies. Zo moest rock 'n' roll klinken voor mij. Het bleef niet bij dit kleine meesterwerk en plaat na plaat bleef Spoon vriend en vijand verbazen. Het was pas met de release van Girls can tell dat ze echt doorbraken in de indie community. Op die plaat, die overigens terug verscheen op een indielabel nadat Capitol bv geweigerd had hun tweede plaat A series of Sneaks te releasen in Europa, brak Spoon met het strakke indierock geluid en werd het spectrum opengetrokken. De toevoeging van de extra keyboardspeler als vast groepslid bracht dan ook meer mogelijkheden.
Wat echter vooral opviel was dat Spoon ondanks de duidelijke evolutie er ook telkens weer in slaagde Spoon te blijven. En bij Spoon draait het vooral om ruimte voor de songs. Ik moet dan telkens terugdenken aan een citaat van Lisa Simpson die in een jazzkroeg naar een jazzmusicus zit le kuisteren en zegt: "You should listen to the notes he's not playing". En daar is zanger/gitarist/songsmid Britt Daniel bijzonder straf in. Zijn songs blinken uit in directheid, essentie en sensibiliteit. Ik zal het verschil even proberen uitleggen aan de hand van een recent voorbeeld. Neem Lyla van Oasis en leg dat naast The Utilatarian van Spoon. Ontdek de gelijkenis in de riff en constateer dan dat Oasis er een rocksong van maakt zoals ze die al talloze keren hebben gemaakt, en anderen voor hen. Bij Spoon daarentegen is het de eenvoud tot op het bot en daardoor zoveel meer rock 'n' roll.
Op Gimme Fiction brengen Daniel & C° een synthese van al wat vooraf ging en toch is het ook nu weer een stap voorwaarts. Het meest opvallende verschil ligt deze keer in de productie die veel "professioneler" is dan voorheen. Dat Spoon er desondanks in slaagt geen afgelikt product van te maken is een zoveelste pluim op hun hoed.
De uitstekende single, I turn my camera on, liet Spoon van hun meest Prince-iaanse kant zien en dat hadden we nog niet gehoord. De song is overigens een goed voorbeeld van de "less is more"-techniek van Britt Daniel. Ofte hoe een nummer niet te laten ontploffen, maar toch interessant en spannend te houden. Sister Jack is dan weer het tegenovergestelde en is wellicht hun meest afgewerkte poprocksong tot op heden. Ze laten die dan ook wellicht niet toevallig volgen door I Summon You, een nummer dat drijft op een eenvoudige gitaarriff, maar soms heeft een mens niet meer nodig. My mathematical mind krijgt een heerlijk distorted gitaarsolo mee op het eind en ook The Delicate Place wordt door een aantal dissonanten lekker spannend gehouden. The two sides of Moniseur Valentine krijgt een mooi strijkarrangement mee en Was it you is lekker zwoel en sexy.
Bericht aan de fans: ja, er zijn hooks. Ja, er is handgeklap. Ja, er zijn papapa's. Ja, Spoon still rulez and rocks my world (zoals ik dat zo vaak lees op TMF's Rate the video)(al gaat het dan in dat geval wel over andere, euhm, artiesten of zoiets). En ook nu ben ik er weer zeker van dat de plaat aleen maar beter zal worden bij elke luisterbeurt.
