Er zijn maar weinig artiesten van wie ik blindelings de nieuwste plaat in huis haal. Steve Wynn is er één van. Hoewel het grote publiek nooit van deze man gehoord heeft en hij enkel bij de critici lof oogst, blijft Wynn ook na meer dan twee decennia met een even groot enthousiasme zijn ding doen. Maar wat onze favoriete Amerikaan zo interessant maakt, is niet alleen zijn muziek. Deze Californische New Yorker heeft ook naast het podium wat te vertellen, bezit een dosis (valse) bescheidenheid, heeft de cool van Robbie Williams zonder diens pedanterie, waart rond in stijlvolle zwarte kleren en heeft vooral een goed gevoel voor humor.
Voor we de man heilig verklaren misschien toch ook wat minpunten. Wynn vertolkte in de jaren '80 met The Dream Syndicate wel een voortrekkersrol, maar sinds de ondergang van de Paisley Underground is dat niet meer het geval. Zijn soloplaten – ondertussen al een tiental – zijn stuk voor stuk pareltjes, maar slaan geen gensters meer op de muziekscène. Evolutie, geen revolutie, lijkt Wynn te denken. Maar nu zijn we wellicht wat te kritisch. Enkel grootheden zoals Radiohead of Wilco slagen er nog in zich constant te vernieuwen. En is dat trouwens een must, hoor ik sommigen al luidop denken.
Goed. Wynns nieuwste plaat dus. …tick…tick…tick sluit de Desert trilogy af. De plaat werd net zoals de twee vorige albums Here come the Miracles en Static Transmission opgenomen in Tucson, temidden de woestijnstaat Arizona, en moest rauwer, harder en freakier klinken en meer de live-sound weergeven die Wynn en co op podium neerzetten. De groep is daar ook zeker in geslaagd. Dat John Agnello – bekend als producer van onder meer Dinosaur Jr., Buffalo Tom of Mark Lanegan – achter de knoppen zat heeft daar hoogstwaarschijnlijk voor een stuk mee te maken. Hoedanook heeft de plaat meer kloten dan om het even welk ander Wynn-album. De rode peper op de hoes symboliseert wellicht de andere aanpak.
Het neurotische Wired zet al meteen de toon. In het superintense en ritmische Killing me drukt Wynn nog wat harder op het gaspedaal. Lang geleden dat een nummer nog zo mijn adem afsneed en ik het nog leuk vond ook (voor de morbiede geesten: wurgseks ligt me minder). Ook Wild mercury ontpopt zich tot een muzikale orkaan van categorie 5. Dit is rock pur sang met een flinke portie psychedelica en Tabasco.
Voor de gevoeligere zielen onder ons beginnen te panikeren: Wynn is en blijft ook een meester in het schrijven van melodieuze pop- en rocksongs. Getuige Cindy, it was always you, een song dat zo uit de collectie van The Dream Syndicate zou kunnen komen, Turning of the tide of het sublieme Freak star, dat drijft op een simpele melodie en wulpse gitaren. The deep end is een uitgesponnen, meer contemplatieve song over de vrees voor het onbekende en de dood. Over het waarom wil Wynn in meeslepende Your secret meer kwijt: “But if there is a God, he's overworked and never free”. En met de toenemende vergrijzing en een kleinere beroepsbevolking zal daar op korte termijn niet veel verandering in komen.
Bruises en All the squares go home vallen wat uit de toon, maar dat wordt ruimschoots rechtgezet in de orgiastische afsluiter No tomorrow, een kluif waar je acht minuten lang vol overgave aan kunt knagen. Ten aanval!
Wie de onversneden rock van Steve Wynn & the Miracle 3 ook live wil aanhoren, kan binnenkort (op zondag 18 december) overigens naar de Ancienne Belgique. Gezien de live-reputatie van de heren en dame (de bevallige Linda Pitmon, ook de levensgezellin van Wynn) een absolute aanrader. Wij zullen er alvast ook zijn. U herkent ons aan onze intelligente blik en warme persoonlijkheid.
