Wat een avond. Toen ik nog groen achter de oren was en mijn eerste stappen in het concertcircuit zette, liet ik mijn moeder af en toe eens delen in mijn jeugdig enthousiasme over een volgens mij alweer “beste concert van het jaar”. Zondagavond na afloop van dit optreden moest ik met enige weemoed terugdenken aan die tijd. Ondertussen zijn we overigens immers iets bezadigder en vooral kritischer geworden. En toch spookte de gedachte door mijn hoofd. We hadden immers een fantastische avond achter de rug.
Lang geleden dat we nog zo genoten van een voorprogramma. Dat Durango op het programma stond, gaf ons een extra motivatie om nog maar eens – was het nu de achtste of de negende keer dat we naar Wynn gingen zien? – naar Steve Wynn en zijn bende te gaan kijken. Met Loi du Miel leverden deze Vlaams-Brabanders dit jaar een zeer sfeervolle plaat af vol levensechte swamp blues en cajun. Wie niet weet dat dit Vlamingen zijn, zou met veel aplomb kunnen zeggen dat dit kwartet – overigens met een naam van een Amerikaanse stad – ergens uit het zuiden van de VS afkomstig is. Neen dus.
Frontman Fred Verhaegen gaf in de AB het allerbeste van zichzelf. Of de aanwezigheid in de zaal van de Vlaams-Brabantse gouverneur Lode De Witte daar voor iets tussen zat, is onduidelijk. Dat het publiek de mix van vettige blues, een vleugje reggae en een flinke dosis rock kon smaken, is dat wel. Met veel charisma, een portie pose, een mondharmonica en een karakteristieke stem pakte Verhaegen de ABBox in, samen met gitaarvirtuoos Simon Pleyier. Durango had er zoveel zin in dat ze het uur uit het oog verloren en een AB-verantwoordelijke op podium duidelijk kwam maken dat ze er mee moesten ophouden. Zelden gezien.
Wat een avond. En het zou er zeker niet op verslechteren. Bij zijn aantreden kondigde Wynn al meteen aan dat hij er een feest van wilde maken. Brussel was immers het eindstation na acht weken tournee rond het nieuwe album …tick…tick…tick . Het vooruitzicht op een terugkeer naar thuisbasis Manhattan gaf de heren en meisje een extra dosis adrenaline. Dat bleek al meteen bij de opener Death valley rain, waar de klank nog niet helemaal goed zat, maar wel al flink gas werd gegeven. De volgende twee uur zou de groep volop plankgas blijven geven.
De show raasde als een orkaan over het dolenthousiaste publiek, een schare, al wat oudere Wynn-fans. Het kreeg massa's kolkende rocklava over zich heen en laafde zich daar gulzig aan. Het dampende Southern California Line, de Bob Dylan cover Blind Willy McTell en het psychedelische Killing me stuwden de temperatuur nog de hoogte in. De enige adempauze die Wynn inbouwde, kwam er met The deep end, een ietwat rustiger, contemplatief nummer uit het recente …tick…tick…tick . Wynn deed de song echter halfweg al opnieuw openbarsten en schakelde alweer enkele versnellingen hoger. Dit gebrek aan afwisseling – de band greep geen enkele keer naar het nochtans rijk gevulde akoestische oeuvre – was het enige minpunt van de avond.
Zoals gebruikelijk passeerden ook een reeks Dream Syndicate-nummers de revue. Naast de obligate Medicine show, The days of wine and roses en Boston kwamen ook Halloween en When the curtain falls aan bod. Het leverde een fiks aantal gitaarduellen op tussen Wynn en Jason Victor, met femme fatal “Lindanimal” Pitmon (drums) als geanimeerd toeschouwer. Linda zat er overigens weer superverleidelijk bij, met een halflang zwart kleed, drummend met de mond wijd open en glimmend van het zweet. Maar we dwalen af. Naast de songs uit de Dream Syndicate periode putte Wynn vooral uit zijn Desert Trilogy, zijn drie laatste platen die hij in Tucson, Arizona opnam. Afsluiter van …tick…tick…tick , No tomorrow, kondigde Steve aan als een rock opera à la Alman Brothers, Thin Lizzy en Queen en klonk eigenlijk ook een beetje zo. Maar the best was yet to come. Wynn en co trakteerden de fans als slotoffensief tijdens de tweede verlenging op het door de incrowd gekoesterde John Coltrane stereo blues, een op plaat 15 minuten durend rockepos. De liveversie, die wij alvast nog nooit hoorden, klokte af op 10 minuten en bracht het publiek in vervoering, zeker wanneer het samen met Steve de tot adagium verheven zinsnede “I've got some John Coltrane on the stereo baby/makes me feel alright/I've got some fine wine in the freezer mama/I know what you like” verschillende malen uit volle borst mocht meebrullen. Een kinderhand is gauw gevuld. En toen Linda haar attributen – haar drumsticks uiteraard – in de zaal gooide, kon het voor sommigen niet meer stuk. Wat een avond.
Voor wie het concert gemist heeft en begint te watertanden: Wynn kondigde aan dat hij in het voorjaar opnieuw in het land is. Tot dan.
