Bonnie Prince Billy hoef ik u wellicht niet meer voor te stellen. Het tigste alter ego van Will Oldham houdt nu toch al enige tijd stand en bracht hem wellicht ook de meeste bekendheid na de release van het schitterende I see a darkness. Matt Sweeney is, vermoed ik, minder bekend. U heeft zijn naam misschien al zien staan in de liner notes van oa. Guided by Voices, Cat Power, Palace,... en blijkbaar is hij ook betrokken bij het Billy Corgan-project Zwan. Ik kende de ex-Skunk frontman van het formidabele Chavez, een soort alternatieve supergroep die medio jaren 90 twee essentiële gitaarplaten uitbracht op Matador.
Het was dus met enige anticipatie dat ik uitkeek naar deze samenwerking. Het minimalisme van Oldham en het indierockgenie van Sweeney, dat moest gensters slaan. De plaat is nu al enkele maanden in mijn bezit (mijn excuses voor de late bespreking trouwens), maar het feit dat ik ze dus nu pas bespreek is wellicht al enige indicatie.
Is Superwolf dan een teleurstelling? Wel, in zekere zin wel. Wie dacht het project zou resulteren in een best of two worlds komt bedrogen uit. Ook al schreef Oldham enkel de teksten, Sweeney heeft zich muzikaal vooral aangepast aan het idioom van Oldham. Heel voorzichtig en slechts heel af en toe kleurt hij buiten de lijntjes van het Oldham-zijn en dan wordt het net het interessantst.
Maar laten we ook niet te hard zijn. Zowel Oldham als Sweeney hadden de lat wel bijzonder hoog gelegd met de kwaliteit van respectievelijk I see a darkness en Ride the Fader. En zelfs de hardste criticus zal hard moeten zoeken naar valse noot op deze plaat. Luister maar eens naar Rudy Foolish en Bed is for sleeping en je weet meteen weer waarom je ooit verliefd bent geworden op de songs van Will Oldham. De samenwerking tussen de twee was een soort uitdaging van Oldham aan het adres van Sweeney, dus we moeten nu ook niet te verbaasd zijn dat het vooral Sweeney was die zich aanpaste.
"Too old for rock 'n' roll", staat er trouwens te lezen bij een tekening in het bijhorende boekje. En dat is dan wellicht naast de verklaring van het bovenstaande ook het enige minpuntje aan deze plaat. Sweeney had voor mij nog eens zijn indierockcapriolen mogen uithalen en dan had dit misschien in plaats van een hele goeie CD een meesterwerk geweest. Helaas wordt er maar op één nummer, nl. Goat and Ram, eventjes geraakt aan wat het ongeveer had kunnen worden. En dat vind ik dan een gemiste kans.
