Zit er nog iemand te wachten op een zoveelste spin-off van Godspeed You Black Emperor, Do Make Say Think of Silver Mount Zion? Uiteraard. Adepten van Constellation consumeren postrock evenveel en even gretig als kinderen doen met K3 en Bob De Bouwer. Dat zorgt ervoor dat de Canadese supergroepen – zo genoemd omwille van hun aantal - in tegenstelling tot wat de meesten denken commerciële succesjes zijn. Ook de heren en dames van Valley of the Giants zullen wel weer in de smaak vallen bij de schare fans. Het nevenproject is echter interessant genoeg om ook een breder publiek aan te spreken.
Het sextet is een bonte verzameling muzikanten die onder meer bij de grotere broers van Broken Social Scene, Godspeed, Do Make Say Think of Shalabi Effect spelen. In putje winter doken ze samen onder in een boerderij in Ontario. Na een experimentele sessie kwamen ze met een woestijnplaat naar buiten… Het album is –getuige de hoes– immers geïnspireerd op de film Westworld van Michael Crichton uit 1973.
Valley of the Giants is een conceptplaat geworden. De nummers zijn elk een verhaal op zich, maar vormen een samenhangend geheel. Af en toe leidt de experimenteerdrang tot barokke overdaad en eindeloze uitweidingen. Toch blijft het album boeien door een mix van onvoorspelbaarheid, variatie en atmosferische vertelkracht.
Het werk, dat al enkele maanden te vinden is bij de betere platenboer, opent voorzichtig met Claudia & Kids, een light-versie van de gemiddelde Dirty Three-song. Westworld zelf is één van de weinig gezongen nummers en schept een intiem en sfeervol universum. Cantará sin guitara begint flamencogewijs, schakelt over naar Slavische zigeunermuziek à la Goran Bregovic en loopt onderweg enkele Klezmer-musici tegen het lijf. In Beyond the Valley waart Ennio Morricone door de woestijn. Na een handvol minuten doemt Noise Rock voor hem op. Subliem nummer. Waiting to catch a Bullett is dan weer tergend langdradig en zonder verrassingen. Na 10 minuten smacht je naar de zonnige 3’-pop van Guided by Voices of Spoon. Het intrigerende A Whaling Tale maakt dan weer veel goed. Het parlando-nummer vertelt op zijn Jacques Cousteaus over de wrede wereld der walvissen, waar de bloeddorstige zoogdieren een onschuldige pinguin oppeuzelen. Toepasselijk gaan we in Back to God’s Country dan naar de eeuwige jachtvelden. Echt vredig is het er echter niet. De Elysische velden worden geteisterd door orkanen en zandstormen. Dit is Postrock met een grote P. Bala Bay Inn is eigenlijk een overbodige afsluiter, maar zoals elke pousse-café een aangenaam afscheid. Damn good coffee! And hot!
